Print deze pagina

5 april 2018

Op staande voet ontslagen? Toch een transitievergoeding

Een magazijnbeheerder werd op staande voet ontslagen, omdat hij onder invloed van alcohol op zijn werk kwam. De werknemer vocht dit ontslag aan en verzocht onder andere om een transitievergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen en het gerechtshof was het met dit oordeel eens.

De Hoge Raad oordeelt dat ontslag op staande voet niet aan de toekenning van de transitievergoeding in de weg hoeft te staan. Artikel 7:673 lid 7 BW bepaalt dat de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Ondanks ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kan de rechter de transitievergoeding toch geheel of gedeeltelijk toekennen indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

De Hoge Raad oordeelt dat een dringende reden voor ontslag op staande voet niet per definitie tot het voornoemde ernstig verwijtbaar handelen leidt. Een dringende reden voor ontslag op staande voet gaat niet altijd gepaard met verwijtbaarheid. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat ook een werknemer die op staande voet is ontslagen, recht op een transitievergoeding kan hebben.

mr. M.A. (Marion) Overmars

Marion Overmars is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Zij staat zowel werkgevers als werknemers bij in ontslagprocedures bij de kantonrechter of het gerechtshof. Daarnaast onderhandelt zij over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Heeft u vragen, dan kunt u vrijblijvend contact met haar opnemen om uw zaak met haar te bespreken via 030-2877000.

deel: