Print deze pagina

2 mei 2019

Prejudiciële vragen over het slapend dienstverband

Het in stand laten van de arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer om te voorkomen dat de werkgever een transitievergoeding moet betalen, wordt een slapend dienstverband genoemd. Onlangs besprak ik een uitspraak van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg waarin werd geoordeeld dat de werkgever het dienstverband van de zieke werknemer niet in stand mocht laten. Deze uitspraak heeft inmiddels ook navolging gekregen in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De werkgever werd door de Rechtbank Den Haag bevolen de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen.

Toch zijn er ook veel rechters die oordelen dat een werkgever van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet kan worden verplicht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De Wet compensatie transitievergoeding moet een einde aan slapende dienstverbanden maken. Werkgevers kunnen echter pas vanaf 1 april 2020 hun compensatie voor de transitievergoeding bij het UWV aanvragen.

Omdat de slapende dienstverbanden een groot maatschappelijk probleem is geworden, heeft de Rechtbank Limburg prejudiciële vragen over het slapend dienstverband aan de Hoge Raad gesteld.

Prejudiciële vragen

Prejudiciële vraag 1

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat of een werknemer een voorstel tot wijziging van de arbeidsovereenkomst moet aanvaarden dat hem door de werkgever in verband met gewijzigde omstandigheden op het werk is gedaan. De Rechtbank Limburg vraagt zich af of deze maatstaf ook andersom geldt. De vraag luidt kortweg: “moet een werkgever wanneer er sprake is van gewijzigde omstandigheden op het werk een redelijk voorstel van een werknemer aanvaarden?”

Prejudiciële vraag 2

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, vraagt de rechtbank zich af of een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden ook een redelijk voorstel kan zijn.

Prejudiciële vraag 3

Indien de eerste twee vragen bevestigend worden beantwoord, vraagt de rechtbank zich af of indien een werknemer langdurig (langer dan twee jaar) ziek is, een gewijzigde omstandigheid is waarin de werknemer aanleiding kan zien tot het doen van een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

Prejudiciële vraag 4

Als vraag 1 t/m 3 ontkennend worden beantwoord, wil de rechtbank weten of de werkgever onder omstandigheden toch gehouden kan zijn om akkoord te gaan met een voorstel tot beëindiging met wederzijds goedvinden van de arbeidsovereenkomst van een langdurig zieke werknemer.

Beantwoording vragen

Wanneer deze vragen door de Hoge Raad zijn beantwoord, zal ik de antwoorden in een blog uiteenzetten.

mr. M.A. (Marion) Overmars

Marion Overmars is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Zij staat zowel werkgevers als werknemers bij in ontslagprocedures bij de kantonrechter of het gerechtshof. Daarnaast stelt zij beëindigingsovereenkomsten voor zowel de werkgever als de werknemer op. Heeft u vragen over de transitievergoeding, dan kunt u vrijblijvend contact met haar opnemen om uw zaak met haar te bespreken via 030-2877000.

deel: