Dierverwaarlozing en dierenmishandeling

In de wet (de artikelen 36 en 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren) is dierenmishandeling en dierenverwaarlozing verboden. Een houder van dieren dient zijn/haar dieren een goede verzorging te geven. Een houder van dieren mag aan zijn/haar dieren niet onnodig pijn of letsel toebrengen, danwel de gezondheid of het welzijn van dieren schaden. Verder zijn in het Besluit welzijn productiedieren specifieke regels opgenomen die op de verzorging van gehouden dieren zijn. Een voorbeeld: een varken dient voortdurend over voldoende drinkwater te beschikken.

De omschrijving van dierenverwaarlozing en dierenmishandeling zijn algemeen geformuleerde verboden. De bepalingen zelf maken niet direct duidelijk wanneer precies sprake is van dierenmishandeling of dierenverwaarlozing. In ieder specifiek geval zal door deskundigen onderzoek gedaan dienen te worden naar de leefomstandigheden en de verzorging van de dieren.en de eventuele oorzaak van problemen bij de dieren.

Met de opsporing zijn de AID (bedrijfsmatig gehouden dieren) en de LID (hobbymatig gehouden dieren) belast. Indien opsporingsambtenaren het vermoeden hebben dat er sprake is van dierenmishandeling en/of dierenverwaarlozing zal doorgaans het oordeel van een dierenarts worden gevraagd. Er kan dan besloten worden tot inbeslagname van dieren. Tegen de inbeslagname kan een klaagschrift worden ingediend bij de Raadkamer van de Rechtbank. Verder kan om een second opinion gevraagd worden over het oordeel van de dierenarts.

Van Kooten Advocaten

Vestiging Utrecht
Vondellaan 128
3521 GH Utrecht
T 030 - 287 70 00
F 030 - 287 70 01
email utrecht

Vestiging Montfoort
Heiliglevenstraat 10
3417 HL Montfoort
T 0348 - 47 50 93
F 0348 - 47 28 46
email montfoort